homme

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • van het Latijnse homo (mens)
  enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
mannelijk   homme     l'homme     hommes     les hommes  
vrouwelijk   femme     la femme     femmes     les femmes  

Zelfstandig naamwoord

homme m

  1. mens
    L’homme a marché sur la Lune.De mens heeft op de maan gelopen.
  2. man
    Il y avait autant d’hommes que de femmes.Er waren evenveel mannen als vrouwen.
  3. man, echtgenoot
    Elle ne veut épouser que l’homme de son choix.Ze wil slechts met de man van haar keuze trouwen.
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • un homme d'affaires
    • een zakenman
  • un homme de bien
    • een rechtschapen man
  • un homme de lettres
    • een schrijver
  • un homme de loi
    • een advocaat, een magistraat
  • un homme de paille
    • een stroman
  • un homme de peine
    • een sjouwer(man)
  • un homme de robe
    • een magistraat
Spreekwoorden
  • l'homme propose, Dieu dispose
    • de mens wikt, maar God beschikt
Persoonlijke instellingen