men
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- men
Onbepaald voornaamwoord
men
- iemand, maar niemand in het bijzonder
- Men heeft dat gedaan om kosten te sparen.
Vertalingen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| mennen |
men
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van mennen
- Ik men.
- gebiedende wijs van mennen
- Men!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van mennen
- Men je?
Deens
Voegwoord
men
Engels
Uitspraak
- IPA: /mɛn/
Zelfstandig naamwoord
men mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord man
Noors
Uitspraak
Woordafbreking
- men
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig uit het Zweeds en Deens.
| Naar frequentie | 29 |
|---|
Voegwoord
men
- maar
- «Han er stor og svær, men ingen arbeidskar.»
- Hij is groot en zwaar, maar geen arbeider.
- «Han er stor og svær, men ingen arbeidskar.»
Nynorsk
Uitspraak
Woordafbreking
- men
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig uit het Zweeds en Deens.
Voegwoord
men