familie
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- fa·mi·lie
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | familie | families |
| verkleinwoord | familietje | familietjes |
Zelfstandig naamwoord
familie v
- (familie) (bloed)verwantschap door een gemeenschappelijke oorsprong
- We zijn met de hele familie, inclusief alle klein- en achterkleinkinderen, naar de honderdste verjaardag van oma geweest.
Synoniemen
- geslacht
- sibbe
- gezin (familie in engere zin)
- groep (bijvoorbeeld bij taal; een taalfamilie is gelijk aan een taalgroep)
Verwante begrippen
|
gezin, vader, moeder, kind, ouder, broer, zus, opa, oma, neef, nicht, oom, tante, huwelijk, echtgenoot, echtgenote zwager, zwagerin, schoonbroer, schoonzus, voorouder, nakomeling, voorgeslacht, nageslacht, stamboom |
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
- familiebegunstiging, familiebetrekking, familieleden, familielid, familienaam, familieopstelling, familieportret, familierecht
Vertalingen
1. (bloed)verwantschap door een gemeenschappelijke oorsprong
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Noors
Uitspraak
Woordafbreking
- fa·mi·lie
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Latijnse woord familia.
| Naar frequentie | 529 |
|---|
Zelfstandig naamwoord
familie m
- (familie) gezin
- «En familie på tre har blitt fraktet til Nordlandssykehuset etter en trafikkulykke i Bodø.»
- Een gezin van drie is naar een verkeersongeval in Bodø in het Noordlandziekenhuis gebracht geworden.
- «En familie på tre har blitt fraktet til Nordlandssykehuset etter en trafikkulykke i Bodø.»
- (familie) familie
- (familie) geslacht
Verbuiging
| m | enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | familie | familien | familier | familiene |
| genitief | families | familiens | familiers | familienes |
Afgeleide begrippen
- {1] trebarnsfamilie
- {1] familiemedlem
- {1] familiebil
- {1] familieterapi
- {1] kjernefamilie
- {1] familieliv
- [2] storfamilie
- [3] familiebånd
Nynorsk
Uitspraak
Woordafbreking
- fa·mi·lie
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Latijnse woord familia.
Zelfstandig naamwoord
familie m
Verbuiging
| enkelvoud | meervoud | |||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | familie | familien | familiar | familiane |
| genitief | families | familiens | familiars | familianes |
Afgeleide begrippen
- {1] trebarnsfamilie
- {1] familiemedlem
- {1] familiebil
- {1] familieterapi
- {1] kjernefamilie
- {1] familieliv
- [2] storfamilie
- [3] familieband