familie

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
Woordafbreking
  • fa·mi·lie
enkelvoud meervoud
naamwoord familie families
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

familie v

  1. (bloed)verwantschap door een gemeenschappelijke oorsprong
    We zijn met de hele familie, inclusief alle klein- en achterkleinkinderen, naar de honderdste verjaardag van oma geweest.
Synoniemen
  • geslacht
  • sibbe
  • gezin (familie in engere zin)
  • groep (bijvoorbeeld bij taal; een taalfamilie is gelijk aan een taalgroep)
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen