ei

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ei
enkelvoud meervoud
naamwoord ei eieren
verkleinwoord eitje eitjes, eiertjes

Zelfstandig naamwoord

ei o

  1. dierlijk voedingsmiddel voor de mens in een schaal.
  2. de vrouwelijke kiemcel die met de mannelijke samensmelt voor de voortplanting.
  3. (planten) de haploïde cel in de zaadknop.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Spreekwoorden
  • Beter een half ei dan een lege dop.
    • Iets, al is het weinig, is nog steeds beter dan niets.
Uitdrukkingen en gezegden
  • het ei van Columbus
    • een simpele doch geniale oplossing
  • eieren voor zijn geld kiezen
    • zijn oorspronkelijke standpunt of voornemen loslaten vanwege de consequenties; een beperkte nederlaag accepteren om de kans op een groter verlies uit te sluiten
  • zijn ei kwijt kunnen
    • de gelegenheid hebben zich te uiten; of, zijn creativiteit kunnen gebruiken
  • zijn ei kwijt zijn
    • niet meer weten waar men mee bezig was
  • op eieren lopen
    • zeer voorzichtig te werk gaan
Vertalingen

Meer informatie


Estisch

Bijwoord

ei

  1. nee


Faeröers

Bijwoord

ei

  1. niet
Synoniemen


Fins

Bijwoord

ei

  1. nee


IJslands

Bijwoord

ei

  1. (archaïsch) niet
Synoniemen


Latijn

Voornaamwoord

  1. nominatief mannelijk meervoud van is
  2. datief mannelijk enkelvoud van is
  3. datief vrouwelijk enkelvoud van is
  4. datief onzijdig enkelvoud van is


Limburgs

Uitspraak
  • IPA: ɪ/ (Etsbergs)

Zelfstandig naamwoord

ei o

  1. ei.
Verbuiging
Synoniemen


Savoenees

Zelfstandig naamwoord

ei

  1. water
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen