maar

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak

Voegwoord

(nevenschikkend)
maar

  1. tegenwerping, introduceert een zin(sdeel) dat het voorgaande zin(sdeel) tegenspreekt of er mee contrasteert.
    Het is zonnig vandaag, maar de wind maakt het kil.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen