maar
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- maar
Woordherkomst en -opbouw
|
|
Voegwoord
(nevenschikkend)
maar
- tegenwerping, introduceert een zin(sdeel) dat het voorgaande zin(sdeel) tegenspreekt of er mee contrasteert
- Het is zonnig vandaag, maar de wind maakt het kil.
Synoniemen
Vertalingen
1. tegenwerping, introduceert een zin(sdeel) dat het voorgaande zin(sdeel) tegenspreekt of er mee contrasteert
|
|
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | maar | maren |
| verkleinwoord | maartje | maartjes |
Zelfstandig naamwoord
- bezwaar, tegenwerping
- De maar van jouw voorstel is dat ik het moet betalen.
- Zij gaven na veel mitsen en maren toch toestemming.
Manado-Maleis
Woordherkomst en -opbouw
- Leenwoord uit het Nederlands.
Voegwoord
maar