mens

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
человек

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mens
Woordherkomst en -opbouw
  • Het woord "mens" (Duits Mensch, Zweeds människa, Deens menneske) is een variant van "man" (Duits Mann, Engels man), die uiteindelijk teruggaat op een Indo-Europese stam *men-: "denken" of *me-: "meten". Deze stam treft men aan in Latijn mens, mentis: "geest, verstand" (vergelijk Engels mind), memoria: "geheugen, herinnering", Grieks menos: "geest", mnèmè: "geheugen", Sanskriet man-: "denken, geest". In het Oud-Indisch bestaat tevens Manu: "(oer-)mens", modern Hindi manusha: "mens, man"
enkelvoud meervoud
naamwoord mens mensen
verkleinwoord mensje mensjes

Zelfstandig naamwoord

mens

  1. m de Homo sapiens Wikispecies-logo-en.png, het zoogdier waar wij toe gerekend worden en dat zich door zijn rede en taal van de dieren onderscheidt
    De mens heeft een sterk ontwikkeld brein, maar kan niet vliegen.
  2. o (pejoratief) een homo sapiens, meestal van het vrouwelijk geslacht
    Zij is een raar mens.
    Hij is een raar mens.
    Ach mens, doe toch eens normaal.
Verwante begrippen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • mens
Woordherkomst en -opbouw
  • Voegwoord: Afkomstig van het Oudnoorse woord meðan
  • Zelfstandig naamwoord: Verkorting van het Noorse zelfstandige naamwoord menstruasjon
Naar frequentie 377

Voegwoord

mens

  1. terwijl
    «Lær spansk mens du jobber.»
    Leer Spaans terwijl je werkt.
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   mens     mensen     mens
menser  
  mensene  
genitief   mens'     mensens     mens'
mensers  
  mensenes  

Zelfstandig naamwoord

mens, m

  1. (medisch), (informeel), (afkorting) menstruatie, ongesteldheid
Uitdrukkingen en gezegden
  • få mensen
de ongesteldheid krijgen
  • ha mensen
de ongesteldheid hebben


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • mens
Woordherkomst en -opbouw
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   mens     mensen     mensar     mensane  

Zelfstandig naamwoord

mens, m

  1. (medisch), (informeel), (afkorting) menstruatie, ongesteldheid
Uitdrukkingen en gezegden
  • få mensen
de ongesteldheid krijgen
  • ha mensen
de ongesteldheid hebben