mens

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mens
Woordherkomst en -opbouw
  • Het woord "mens" (Duits Mensch, Zweeds människa, Deens menneske) is een variant van "man" (Duits Mann, Engels man), die uiteindelijk teruggaat op een Indo-Europese stam *men-: "denken" of *me-: "meten". Deze stam treft men aan in Latijn mens, mentis: "geest, verstand" (vergelijk Engels mind), memoria: "geheugen, herinnering", Grieks menos: "geest", mnèmè: "geheugen", Sanskriet man-: "denken, geest". In het Oud-Indisch bestaat tevens Manu: "(oer-)mens", modern Hindi manusha: "mens, man".
enkelvoud meervoud
naamwoord mens mensen
verkleinwoord mensje mensjes

Zelfstandig naamwoord

mens

  1. m de Homo sapiens, het zoogdier waar wij toe gerekend worden
    De mens heeft een sterk ontwikkeld brein, maar kan niet vliegen.
  2. o (pejoratief) een homo sapiens, meestal van het vrouwelijk geslacht
    Zij is een raar mens.
    Hij is een raar mens.
    Ach mens, doe toch eens normaal.
Vertalingen

Meer informatie


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • mens
Woordherkomst en -opbouw
  • Voegwoord: afkomstig van het Oudnoorse woord meðan.
  • Zelfstandig naamwoord: verkorting van menstruasjon.
Naar frequentie 363

Voegwoord

mens

  1. terwijl
    «Lær spansk mens du jobber.»
    Leer Spaans terwijl je werkt.

Zelfstandig naamwoord

mens m

  1. (medisch), (informeel), (afkorting) menstruatie, ongesteldheid
Verbuiging
Uitdrukkingen en gezegden
  • få mensen
de ongesteldheid krijgen
  • ha mensen
de ongesteldheid hebben


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • mens
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

mens m

  1. (medisch), (informeel), (afkorting) menstruatie, ongesteldheid
Verbuiging
Uitdrukkingen en gezegden
  • få mensen
de ongesteldheid krijgen
  • ha mensen
de ongesteldheid hebben
Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen