mijn

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

  enkelvoud meervoud
bijvoeglijk zelfstandig bijvoeglijk zelfstandig
1e persoon mijn
m'n
mijne ons, onze onze
2e persoon
(informeel)
jouw
je
jouwe jullie
je
-
2e persoon
(formeel)
(regionaal)
uw uwe uw uwe
3e persoon
(mannelijk)
zijn
z'n
zijne hun hunne
3e persoon
(vrouwelijk)
haar
d'r
hare
3e persoon
(onzijdig)
zijn
(ervan)
-
Uitspraak
Woordafbreking
  • mijn

Bezittelijk voornaamwoord

mijn

  1. van de eerste persoon enkelvoud.
    Mijn huis staat op een heuvel.
Verwante begrippen
  • Clitische vorm: m'n
Citaten

Hij kent het verschil niet tussen het mijn en het dijn.

  • Hij gedraagt zich alsof alles zijn bezit is.
enkelvoud meervoud
naamwoord mijn mijnen
verkleinwoord mijntje mijntjes

Zelfstandig naamwoord

mijn v/m

  1. vaak onderaardse plaats waar delfstoffen gewonnen worden.
  2. voorwerp gevuld met springstof die ontploft bij aanraking en dergelijke.
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
mijnen

mijn

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van mijnen
    Ik mijn.
  2. gebiedende wijs van mijnen
    Mijn!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van mijnen
    Mijn je?
Persoonlijke instellingen