zegsman
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- zegs·man
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zegsman | zegslieden |
| verkleinwoord | zegsmannetje | zegsmannetjes |
Zelfstandig naamwoord
zegsman m
- persoon die in naam van een organisatie of een persoon het woord voert
- Volgens de zegsman van Shell was er geen sprake van olievervuiling.
Vertalingen
1. persoon die in naam van een organisatie of een persoon het woord voert