gade

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ga·de
enkelvoud meervoud
naamwoord gade gaden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

gade m/v

  1. (formeel) echtgenoot, echtgenote
    Zij schreed met haar gade de zaal binnen.
Vertalingen

Bijwoord

gade

  1. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord: in het oog
    gadeslaan: Hij sloeg het schouwspel met genoegen gade.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen