kerel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ke·rel
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Middelnederlandse kerel of kerle (vrij man van niet-ridderlijke stand, dorpeling), dat afstamt van het oergermaanse *kerla-. Verwant met het Duitse Kerl en het Engelse churl of cheorl.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kerel | kerels |
| verkleinwoord | kereltje | kereltjes |
Zelfstandig naamwoord
kerel m
- (verouderd) vrije man van lage geboorte
- forse, stevige man (een echte vent)
- (informeel) man, echtgenoot
- (gewestelijk, informeel) manspersoon
Synoniemen
Vertalingen
1.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.