speelman

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
[1] Middeleeuwse speellieden
[2] Moderne speelman

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • speel·man
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord speelman speellui
speellieden
verkleinwoord speelmannetje speelmannetjes

Zelfstandig naamwoord

speelman m

  1. (middeleeuwen), (cultuur), (muziek), (verouderd) een in het Zuid-Frankrijk van weleer, langs kastelen en vorstenhoven rondreizend kunstenaar, musicus, zanger van liederen en voordrager van gedichten, balladen e.d.
    De onbekende speelman maakte met z'n voordracht een diepe indruk op de gasten.
  2. (cultuur), (muziek), (verouderd) een langs herbergen, jaarmarkten rondtrekkend artiest, muzikant, zanger van liedjes en komediant
    Met z'n grappen en vrolijke wijsjes bracht de speelman het publiek in een uitgelaten stemming.
Synoniemen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [2]: De speelman zit er op het dak
Het is er een vrolijke boel
  • [2]: De speelman zit bij hen nog op het dak
Zij zijn nog in hun wittebroodsweken
Vertalingen