es

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • es
enkelvoud meervoud
naamwoord es essen
verkleinwoord esje esjes

Zelfstandig naamwoord

es m

  1. een soort loofboom.
  2. verlaagde e (muz.).
  3. verhoogde akker (eng, enk).

es o

  1. metalen buisje van de fagot waarop het dubbelriet geplaatst wordt.
Vertalingen


Indonesisch

Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Nederlandse ijs.

Zelfstandig naamwoord

es

  1. ijs


Italiaans

Afkorting

es

  1. afkorting van esempio (voorbeeld).


Latijn

Werkwoord

es

  1. tweede persoon praesens indicativus actief van esse.
    «Homōne malus es
    Ben jij een slecht mens?
  2. imperativus enkelvoud van esse.
    «Es patiēns!»
    Wees geduldig!


Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /æs/ (Etsbergs)

Voegwoord

es

  1. als, wanneer
  2. gebruikt in vergelijkingen om verschil in egaliteit te weergeven
    «Det book is baeter es det drejbeildj d'r-z ven.»
    Het boek is beter dan de film ervan.
  3. gebruikt in vergelijkingen om egaliteit weergeven
    «Dae sjriever is es good es dae-n angere.»
    Die schrijver is zo goed als die andere.

Voorzetsel

enkelvoud meervoud
bepaald geheel es(se) es(ser)
gemut. - -
onbepaald geheel es es
gemut. - -

es

  1. als (in de hoedanigheid van)
    «Ich raoj öch dit aan es vröndj.»
    Ik raad u dit aan als vriend.
    «Weer koze dem aan es zètsmaeker.»
    Men koos hem als voorzitter.
Opmerkingen
  • Na het voorzetsel es kan nooit een onbepaald lidwoord ('n, 'ne, e, etc) volgen. Het is echter wel mogelijk dat er een bepaald lidwoord (g-, etc) kan volgen.
Teruggeplaatst van "http://nl.wiktionary.org/wiki/es"
Persoonlijke instellingen