echtgenoot
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: echtgenoot (hulp, bestand)
- IPA: /ˈɛxtxəˌnot/
Woordafbreking
- echt·ge·noot
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | echtgenoot | echtgenoten |
| verkleinwoord | echtgenootje | echtgenootjes |
Zelfstandig naamwoord
echtgenoot m
- (familie) een mannelijke huwelijkspartner
- De vrouw en haar echtgenoot beleefden een romantische huwelijksreis.
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. een mannelijke huwelijkspartner
|
|
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.