make

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Engels

Uitspraak
vervoeging
onbepaalde wijs to make
he/she/it makes
verleden tijd maked
voltooid
deelwoord
maked
onvoltooid
deelwoord
making
gebiedende wijs make

Werkwoord

make

  1. (overgankelijk) klaarmaken
  2. (overgankelijk) maken
  3. (overgankelijk) vervaardigen
Uitdrukkingen en gezegden
  • to be made out of money
  • to make do
    • iets doen met gelimiteerde middelen
  • to make time
    • tijd vrijmaken
  • to make way
    • uit de weg gaan
  • to make for
    • gaan naar
  • to make off
    • haastig vertrekken
  • to make out
    • vrijen
  • to make up


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·ke

Zelfstandig naamwoord

make g

  1. echtgenoot m
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   make     maken     makar     makarna  
genitief   makes     makens     makars     makarna  
Antoniemen
Persoonlijke instellingen