vrouw

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vrouw
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘mens van vrouwelijk geslacht’ voor het eerst aangetroffen in 1240. [1]
Middelnederlands: vrouwe, vrowe, ver
Oudnederlands: frouwa
Germaans: *frawjōn
Indo-Europees: *prōw-
  • Verwant in Germaans:
Angelsaksisch: frēa, frēo, Duits: Frau, (Oudhoogduits: frouwa), Fries: frou (Oudfries: frouwe, frowe)
enkelvoud meervoud
naamwoord vrouw vrouwen
verkleinwoord vrouwtje vrouwtjes

Zelfstandig naamwoord

vrouw v

  1. (biologie) een volwassen vrouwelijke mens
     De vrouw schrok. 'Wat doèn jullie hier?'[3]
     Hier was het nog lastiger omdat er twee mensen naast mij lagen, waarvan één tot overmaat van ramp de enige aanwezige vrouw was.[4]
  2. de vrouwelijke partner in een huwelijk
    • Op het feest werd ik aan zijn vrouw voorgesteld. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "vrouw" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. vrouw op website: Etymologiebank.nl
  3. Marijke van Raephorst op Wikipedia “Het hele jaar rond: van Sinterklaas tot Sintemaarten” (1973), Lemniscaat op Wikipedia, p. 13
  4. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Nedersaksisch

enkelvoud meervoud
naamwoord vrouw vrouwen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

vrouw

  1. (biologie) vrouw; een volwassen vrouwelijke mens
  2. vrouw; de vrouwelijke partner in een huwelijk
Hyponiemen


Veluws

enkelvoud meervoud
naamwoord vrouw vrouwen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

vrouw

  1. (biologie) vrouw; een volwassen vrouwelijke mens
  2. vrouw; de vrouwelijke partner in een huwelijk
Hyponiemen