brandweervrouw
Uiterlijk
- Geluid: brandweervrouw (hulp, bestand)
- IPA: / 'brɑntwervrɔu / (4 lettergrepen)
- brand·weer·vrouw
- samenstelling van brandweer en vrouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | brandweervrouw | brandweervrouwen |
| verkleinwoord | brandweervrouwtje | brandweervrouwtjes |
de brandweervrouw v
- (beroep) een vrouwelijke brandweerman (dus niet de vrouw van een brandweerman)
- Ik vertrok woensdagochtend vroeg en was blij dat de Poolse brandweervrouw Barbara zichzelf voor die dag had benoemd tot taxibedrijf. Ze haalde iedereen op van het vliegveld en bracht ons rechtstreeks naar het hotel waar we zouden verblijven. [1]
- Het woord brandweervrouw staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 14
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Beroep in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal