koopvrouw

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • koop·vrouw
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord koopvrouw koopvrouwen
verkleinwoord koopvrouwtje koopvrouwtjes

Zelfstandig naamwoord

koopvrouw v

  1. (beroep) vrouw die handel drijft
    • De koningin verft haar gezicht en verkleedt zich als een oude koopvrouw en loopt over de zeven bergen naar de zeven dwergen. 
Verwante begrippen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders
82 % van de Vlamingen.