loon

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • loon
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘vergoeding’ voor het eerst aangetroffen in 1080 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord loon lonen
verkleinwoord loontje loontjes

Zelfstandig naamwoord

loon o

  1. (economie) financiële vergoeding voor geleverde arbeid
  2. (figuurlijk) beloning
  3. (figuurlijk) straf
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

Werkwoord

vervoeging van
lonen

loon

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lonen
    • Ik loon. 
  2. gebiedende wijs van lonen
    • Loon! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lonen
    • Loon je?