plot

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plot
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘intrige’ voor het eerst aangetroffen in 1725 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord plot plots
verkleinwoord plotje plotjes

Zelfstandig naamwoord

plot o

  1. het raamwerk van een verhaal, film, boek etc
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
plotten

plot

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van plotten
  2. gebiedende wijs van plotten

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Luxemburgs

Werkwoord

plot

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd aantonende wijs van ploen
  2. tweede persoon meervoud tegenwoordige tijd aantonende wijs van ploen
  3. tweede persoon meervoud gebiedende wijs van ploen


Slowaaks

Woordafbreking
  • plot
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Proto-Slavische *plotъ

Zelfstandig naamwoord

plot m

  1. hek
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
  • drevený plot m – houten hek
  • drôtený plot m
  • murovaný plot m
  • nízky plot m – lage hek
  • vysoký plot m – hoge hek
  • železný plot m – ijzeren hek

Meer informatie


Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
  • plot
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Proto-Slavische *plotъ

Zelfstandig naamwoord

plot monbezield

  1. hek
    «Pes přeskočil plot předzahrádky.»
    De hond sprong over het hek van de voortuin.
Verbuiging
Gelijkklinkende woorden
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Paroniemen

Meer informatie

Verwijzingen