vluchteling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vluch·te·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vluchteling vluchtelingen
verkleinwoord vluchtelingetje vluchtelingetjes

Zelfstandig naamwoord

vluchteling m

  1. iemand die uit angst voor vervolging zijn land is ontvlucht
    • Er kwam door de oorlog in het buurland een groot aantal vluchtelingen naar Syrië. 
  2. iemand die voortvluchtig is
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen