platte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plat·te

Bijvoeglijk naamwoord

platte

  1. verbogen vorm van de stellende trap van plat

Werkwoord

vervoeging van
platten

platte

  1. enkelvoud verleden tijd van platten
    • Ik platte. 
    • Jij platte. 
    • Hij, zij, het platte. 

Gangbaarheid