platten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plat·ten
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van plat met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
platten
platte
geplat
zwak -t volledig

Werkwoord

platten [1]

  1. plat worden
  2. plat maken

Zelfstandig naamwoord

platten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord plat

Gangbaarheid

68 % van de Nederlanders;
61 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
platten

platten

  1. meervoud verleden tijd van platten
    • Wij platten. 
    • Jullie platten. 
    • Zij platten. 

Verwijzingen