nietszeggend

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • niets·zeg·gend
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen nietszeggend nietszeggender nietszeggendst
verbogen nietszeggende nietszeggendere nietszeggendste
partitief nietszeggends nietszeggenders -

Bijvoeglijk naamwoord

nietszeggend

  1. geen nadere informatie gevend
    • Op het affiche staan enkel mij nietszeggende bandnamen. 
    • Verder dan wat nietszeggende opmerkingen komt het jurylid niet. 
  2. onbeduidend
    • Er staan wat nietszeggende oefenpotjes op het programma. 
    • Hij werd afgescheept met een nietszeggende portefeuille. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.