nietszeggend

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • niets·zeg·gend
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen nietszeggend nietszeggender nietszeggendst
verbogen nietszeggende nietszeggendere nietszeggendste
partitief nietszeggends nietszeggenders -

Bijvoeglijk naamwoord

nietszeggend

  1. geen nadere informatie gevend
    Op het affiche staan enkel mij nietszeggende bandnamen.
    Verder dan wat nietszeggende opmerkingen komt het jurylid niet.
  2. onbeduidend
    Er staan wat nietszeggende oefenpotjes op het programma.
    Hij werd afgescheept met een nietszeggende portefeuille.