bord

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Bord [1]
Bord [2]

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bord
enkelvoud meervoud
naamwoord bord borden
verkleinwoord bordje bordjes

Zelfstandig naamwoord

bord o

  1. een schijfvormig voorwerp dat wordt gebruikt om voedsel van te eten
    Omdat het eten zo lekker was schepte hij zijn bord nog eens vol.
  2. een groot vlak voorwerp dat meestal aan een muur hangt en waarop voor vele mensen bedoelde tekst of dergelijke kan worden gezet
    Tijdens de demonstratie hielden mensen borden omhoog met teksten tegen dierproeven.
  3. vlak voorwerp waarop men een spel kan spelen, deze spelen noemt men dan ook bordspelen
    Dammen en schaken zijn bordspelen.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord bord borde

Zelfstandig naamwoord

bord o

  1. bord, schijfvormig voorwerp dat wordt gebruikt om voedsel van te eten.
  2. bord, groot vlak voorwerp dat meestal aan een muur hangt en waarop voor vele mensen bedoelde tekst of dergelijke kan worden gezet.


Angelsaksisch

Zelfstandig naamwoord

bord o

  1. plank
  2. tafel


Catalaans

enkelvoud meervoud
bord bords

Zelfstandig naamwoord

bord m

  1. bastaard


Iers

Uitspraak
  • IPA: /bˠoːɾˠd̪ˠ/
  enkelvoud meervoud
nominatief bord boird
genitief boird bord

Zelfstandig naamwoord

bord m

  1. tafel


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • bord
Naar frequentie 1699
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   bord     bordet     bord     borden  
genitief   bords     bordets     bords     bordens  

Zelfstandig naamwoord

bord, o

  1. (meubel) tafel
  2. (scheepvaart) boord (het dek van een schip)
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen

Meer informatie

Zelfstandig naamwoord

bord

  1. nominatief onbepaald onzijdig meervoud van bord