salaris

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sa·la·ris
enkelvoud meervoud
naamwoord salaris salarissen
verkleinwoord salarisje salarisjes

Zelfstandig naamwoord

salaris o

  1. regelmatige, meestal maandelijkse beloning voor werk verricht in een werkverband
    Het salaris is afhankelijk van leeftijd en ervaring.
    De salarissen, uitkeringen en pensioenen gaan omhoog.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen