salaris

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sa·la·ris
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord salaris salarissen
verkleinwoord salarisje salarisjes

Zelfstandig naamwoord

salaris o

  1. regelmatige, meestal maandelijkse beloning voor werk verricht in een werkverband
    Het salaris is afhankelijk van leeftijd en ervaring.
    De salarissen, uitkeringen en pensioenen gaan omhoog.
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl