mei

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Mei
Mei: Très riches heures du duc de Berry

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mei
Woordherkomst en -opbouw
  • Komt van het Latijnse mensis Maius. Mogelijk is de maand vernoemd naar de Romeinse godin Maia, de godin van de aarde.
enkelvoud meervoud
naamwoord mei -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

mei m

  1. de vijfde maand van het jaar.
    In Nederland valt dodenherdenking op 4 mei en bevrijdingsdag op 5 mei.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Maanden in het Nederlands
januari februari maart april mei juni juli augustus september oktober november december
Spreekwoorden
Vertalingen

Meer informatie


Latijn

enkelvoud meervoud
nominatief ego nōs
accusatief
genitief mei nostri
datief mihi nōbis
ablatief

Persoonlijk voornaamwoord

mĕi

  1. van mij (genitief van de eerste persoon enkelvoud)


Maori

Zelfstandig naamwoord

mei

  1. mei


Papiamento

Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Nederlandse mei.
enkelvoud of
impliciet meervoud
expliciet meervoud
  mei     -  

Zelfstandig naamwoord

mei

  1. mei


Maanden in het Papiamento
Bonaire en Curaçao:
Aruba:

yanüari
januari
januari
febrüari
februari
februari
mart
maart
maart
aprel
april
april
mei
mei
mei
yüni
juni
juni
yüli
juli
juli
ougùstùs
augustus
augustus
sèptèmber
september
september
oktober
october
oktober
novèmber
november
november
desèmber
december
december