mayo

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·yo
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘mayonaise’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1987 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord mayo mayo's
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

mayo v

  1. (informeel), (voeding) mayonaise
    • Kun je mij de mayo even aangeven, Edward? 

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
75 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Aragonees

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

mayo m

  1. mei


Maanden in het Aragonees
chinero
januari
frebero
februari
marzo
maart
abril
april
mayo
mei
chunio
juni
chulio
juli
agosto
augustus
setiembre
september
otubre
oktober
nobiembre
november
abiento
december


Ido

Zelfstandig naamwoord

mayo

  1. mei


Maanden in het Ido
januaro
januari
februaro
februari
marto
maart
aprilo
april
mayo
mei
junio
juni
julio
juli
agosto
augustus
septembro
september
oktobro
oktober
novembro
november
decembro
december


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·yo
enkelvoud meervoud
mayo mayos

Zelfstandig naamwoord

mayo m

  1. mei


Maanden in het Spaans
enero
januari
febrero
februari
marzo
maart
abril
april
mayo
mei
junio
juni
julio
juli
agosto
augustus
septiembre
september
octubre
oktober
noviembre
november
diciembre
december


Turks

Woordafbreking
  • ma·yo
enkelvoud meervoud
nominatief   mayo     mayolar  
genitief   mayonun     mayoların  
datief   mayoya     mayolara  
accusatief   mayoyu     mayoları  
locatief   mayoda     mayolarda  
ablatief   mayodan     mayolardan  

Zelfstandig naamwoord

mayo

  1. (kleding) zwembroek, badpak, zwemkleding