meimaand

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

meimaand
Uitspraak
Woordafbreking
  • mei·maand
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord meimaand meimaanden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

meimaand v/m [1]

  1. de vijfde maand van het jaar die voor de junimaand komt en na de aprilmaand
    • Het is deze meimaand weliswaar waarschijnlijk de warmste mei ooit gemeten, maar dit betekent niet dat het continu strandweer geweest is. Weerplaza: "De millimeters worden bij ons voornamelijk in De Bilt gemeten en daar was het redelijk droog. Wij spreken dus niet van een regenrecord, maar ik kan me voorstellen dat dit in andere delen van Nederland wel het geval is." [2] 
    • "Ik denk wel dat ik sta waar ik moet staan. Dat ik ben waar ik moet zijn", klink het, na een lange uitleg over de drukke meimaand, waarin ze met wedstrijden in Qatar, China en Amerika vooral investeerde in ritme opdoen. In haar lichaam gewend laten raken aan de belasting van topwedstrijden. [3] 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.

Verwijzingen