februari
Uiterlijk

Très Riches Heures du duc de Berry
- fe·bru·a·ri
- Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘tweede maand’ voor het eerst aangetroffen in 1376 [1]
- Komt van het Latijnse mensis Februarius (de maand van Februa, met het achtervoegsel -arius). Februa (letterlijk: reinigingen) was het Romeinse reinigingsfeest.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | februari | februari's |
| verkleinwoord | - | - |
de februari m
- (tijdrekening) de tweede maand van het jaar volgens de gregoriaanse kalender
- Het sneeuwklokje bloeit al in februari.
- ▸ Ik was zeker geïnteresseerd om er een keer bij aanwezig te zijn, maar voor maandag 1 februari stond een belangrijke zakelijke afspraak in Duitsland in mijn agenda en met het weekend ertussen was het niet mogelijk die te verzetten.[2]
- ▸ Ik werd als manager voor Nederland van een Duits modemerk in het herdenkingsweekend van 1 februari 2003 op de Collection Première Düsseldorf (cpd) verwacht.[2]
| Maanden in het Nederlands | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| januari | februari | maart | april | mei | juni | juli | augustus | september | oktober | november | december |
|
|
1. de tweede maand van het jaar
- Het woord februari staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "februari" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "februari" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- 1 2 Teuntje de Haan“Een muur van water” (2018), Em. Querido's Uitgeverij
, ISBN 9789021409375 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
februari
- Ontleend aan het Nederlandse februari en etymologisch gespeld
| enkelvoud of impliciet meervoud |
expliciet meervoud |
|---|---|
| februari | - |
februari
- Schrijfwijze op Bonaire en Curaçao: febrüari.
| Maanden in het Papiaments | ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Bonaire en Curaçao: Aruba: |
yanüari januari januari |
febrüari februari februari |
mart maart maart |
aprel april april |
mei mei mei |
yüni juni juni |
yüli juli juli |
ougùstùs augustus augustus |
sèptèmber september september |
oktober october oktober |
novèmber november november |
desèmber december december |
- fe·bru·ari
- Afkomstig van het Latijnse woord februarius
| Naar frequentie | 5975 |
|---|
februari, g
| Maanden in het Zweeds | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| januari januari |
februari februari |
mars maart |
april april |
maj mei |
juni juni |
juli juli |
augusti augustus |
september september |
oktober oktober |
november november |
december december |
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Achtervoegsel -arius in het Latijn
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Tijdrekening in het Nederlands
- Maand in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %
- Woorden in het Javaans
- Zelfstandig naamwoord in het Javaans
- Woorden in het Papiaments
- Zelfstandig naamwoord in het Papiaments
- Maand in het Papiaments
- Woorden in het Zweeds
- Woorden in het Zweeds van lengte 8
- Woorden in het Zweeds met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Zweeds
- Maand in het Zweeds