onzijdig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·zij·dig
stellend
onverbogen onzijdig
verbogen onzijdige

Bijvoeglijk naamwoord

onzijdig

  1. (taalkunde) horend bij een zelfstandig naamwoorden bij welke in het Nederlands het lidwoord 'het' voor geplaatst kan worden
    Het woord 'huis' is een onzijdig woord.
  2. (biologie) zonder geslacht
    In die ruimte staan enkele onzijdige dieren tentoongesteld.
  3. (scheikunde) niet zuur en niet alkalisch reagerend
    We hebben net een onzijdige reactie gevonden.