onzijdig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·zij·dig
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van zijde met het voorvoegsel on- en met het achtervoegsel -ig [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onzijdig onzijdiger onzijdigst
verbogen onzijdige onzijdigere onzijdigste
partitief onzijdigs onzijdigers -

Bijvoeglijk naamwoord

onzijdig

  1. (taalkunde) horend bij een zelfstandig naamwoorden bij welke in het Nederlands het lidwoord 'het' voor geplaatst kan worden
    Het woord 'huis' is een onzijdig woord.
  2. (biologie) zonder geslacht
    In die ruimte staan enkele onzijdige dieren tentoongesteld.
  3. (scheikunde) niet zuur en niet alkalisch reagerend
    We hebben net een onzijdige reactie gevonden.
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl