nobis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Latijn

enkelvoud meervoud
nominatief ego nōs
accusatief
genitief mei nostri
datief mihi nōbis
ablatief

Persoonlijk voornaamwoord

nōbis

  1. (aan/voor) ons (datief van de eerste persoon meervoud)
  2. door ons (ablatief van de eerste persoon meervoud)