augustus

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • au·gus·tus
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘achtste maand’ voor het eerst aangetroffen in 1289 [1]
    eponiem: van Latijn mensis Augustus "de maand van Augustus", de maand is vernoemd naar de Romeinse keizer Augustus
enkelvoud meervoud
naamwoord augustus augustussen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

augustus m

  1. de achtste maand van het jaar
    • Het is vandaag 16 augustus. 
    • In Nederland is augustus vaak een warme maar natte maand. 
Schrijfwijzen
Synoniemen
Verwante begrippen


Maanden in het Nederlands
januari februari maart april mei juni juli augustus september oktober november december
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen


Fries

Zelfstandig naamwoord

augustus g

  1. augustus


Maanden in het Fries
jannewaris, jannewaarje
januari
febrewaris, febrewaarje
februari
maart, meart
maart
april
april
maaie
mei
juny
juni
july
juli
augustus
augustus
septimber
september
oktober
oktober
novimber
november
desimber
december


Nedersaksisch

Zelfstandig naamwoord

augustus

  1. augustus
Synoniemen


Papiaments

Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Nederlandse augustus en etymologisch gespeld.
enkelvoud of
impliciet meervoud
expliciet meervoud
  augustus     -  

Zelfstandig naamwoord

augustus

  1. augustus
Schrijfwijzen
Maanden in het Papiaments
Bonaire en Curaçao:
Aruba:

yanüari
januari
januari
febrüari
februari
februari
mart
maart
maart
aprel
april
april
mei
mei
mei
yüni
juni
juni
yüli
juli
juli
ougùstùs
augustus
augustus
sèptèmber
september
september
oktober
october
oktober
novèmber
november
november
desèmber
december
december