zwemkunst

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwem·kunst
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zwemkunst zwemkunsten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zwemkunst v

  1. het vermogen te kunnen zwemmen
    • In een drassig land als Nederland is het belangrijk de zwemkunst machtig te zijn. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.