weefkunst

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

tapijt weefkunst
Uitspraak
Woordafbreking
  • weef·kunst
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord weefkunst weefkunsten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

weefkunst v [1]

  1. het ambacht en de kunst van het met draden stoffen weven
    • Hoogtepunten van de aankleding worden gevormd door het deel het terrein dat Milkshake festival in mocht richten, de weefkunst in het bos en beide hoofdpodia.[2] 
    • Ze sloeg uiteindelijk de handen in elkaar met de World Fair Trade organisatie Y’abal Handicrafts, die ondersteuning biedt aan Maya-vrouwen op het Guatemalteekse platteland door van hun weefkunst een bron van inkomsten te maken: het label Que Onda Vos (straattaal voor yo, what’s up?) was geboren.[3] 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen