redekunst

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·de·kunst
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord redekunst redekunsten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

redekunst v [1]

  1. de kunst van het spreken in het openbaar
    • Door tussenkomst van C. J. van Burg, ouderling onder Wisse en direct na de bevrijding benoemd tot hoofd van de POD (Politieke Opsporingsdienst), werd aan Wisse uiteindelijk toch een aandeel toegemeten. Dat Wisse zijn toespraak –met een rollende r, een kenmerkend bestanddeel van zijn redekunst– een profetisch karakter gaf, zal niemand verbazen. [2] 
    • De tweede verdachte, Charles Blé Goudé, wordt wel de ”generaal van de straat” genoemd, om zijn redekunst. Hij zou er achter de schermen voor hebben gezorgd dat de mensen en milities de straat op gingen. [3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Reformatorisch Dagblad D. Koole 16-04-2009 Schuilen in de Gasthuiskerk
  3. Reformatorisch Dagblad Benjamin Duerr 28-01-2016 Ivoorkust blij met start proces tegen Gbagbo