Naar inhoud springen

vaardigheid

Uit WikiWoordenboek
  • vaar·dig·heid
enkelvoud meervoud
naamwoord vaardigheid vaardigheden
verkleinwoord vaardigheidje vaardigheidjes

devaardigheidv

  1. het vermogen om een handeling bekwaam uit te voeren of een probleem juist op te lossen
    • Zij heeft de vaardigheid goed met kinderen om te kunnen gaan. 
     Het draait niet alleen maar om praktische vaardigheden.[1]
     Ook kinderen tot elf jaar belanden regelmatig in het ziekenhuis. "Zij beginnen net met fietsen", zegt Baden. "Ze zijn de vaardigheid nog aan het leren, en hebben nog minder zicht op de gevaren van het verkeer."[2]
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[3]
  1. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 16 april 2025 Weblink bron
    Noor de Kort
    “Nederlanders willen geen fietshelm, maar dat gaat misschien veranderen” (16 april 2025), NOS
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be