zangkunst

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zang·kunst
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zangkunst zangkunsten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zangkunst v

  1. (muziek) de kunst van het zingen.
    • Onderwijs in de zangkunst. 
    • De zangkunst is populair, mag je afleiden uit het feit dat Het Concertgebouw dit seizoen twee complete en goed bezochte liederenseries biedt.[1] 
  2. (muziek) gezongen liederen
    • En hij gaat er ook werk van maken, vertelt hij deze maandag in Hangar 11, de hal waar vroeger F16’s werden onderhouden maar die tegenwoordig dient als evenementenlocatie. Deze hal moet wat hem betreft de plek worden waar in mei 2020 artiesten uit heel Europa - en Israël en Australië - hun zangkunsten laten horen. [2] 

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen