maniërisme

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·ni·e·ris·me
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘gekunsteldheid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1888 [1]
  • afgeleid van manier met het achtervoegsel -isme [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord maniërisme -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

maniërisme o [3]

  1. (kunst) stijlperiode in de Europese kunst in de tweede helft van de 16e eeuw met in de schilderkunst Michelangelo en Rafaël en in de dichtkunst Petrarca en Dante als voorbeelden
  2. gekunsteldheid (in een kunststijl)
Vertalingen

Gangbaarheid

52 % van de Nederlanders;
68 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen