kunsthal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kunst·hal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kunsthal kunsthallen
verkleinwoord kunsthalletje kunsthalletjes

Zelfstandig naamwoord

kunsthal v/m

  1. een expositieruimte zonder eigen collectie maar wel met medewerkers die de tentoonstellingen organiseren.
    • De kunsthal in Rotterdam is geen museum want ze heeft geen eigen collectie. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be