cultuur

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cul·tuur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord cultuur culturen
verkleinwoord cultuurtje cultuurtjes

Zelfstandig naamwoord

cultuur v

  1. het patroon van menselijke activiteit en de symbolische structuren, die deze activiteiten een zekere betekenis geven met name kunst en wetenschap
    Op onze vakantie gaan we altijd op zoek naar cultuur.
  2. hoe mensen samenleven
    Hij is een kenner van de Ghanese cultuur.
  3. het verbouwen van gewassen
    Op deze boerderij is een grote monocultuur van mais.
  4. op een voedingsbodem gekweekte micro-organismen
    de bacteriecultuur groeit het hardst bij een temperatuur van 37 graden
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl

Meer informatie