kunstarm

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kunst·arm
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kunstarm kunstarmen
verkleinwoord kunstarmpje kunstarmpjes

Zelfstandig naamwoord

kunstarm m

  1. (medisch) prothese van een arm

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie