namaak

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·maak
enkelvoud meervoud
naamwoord namaak namaken
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

namaak m [1]

  1. al wat nagemaakt (niet echt) is
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
namaken

namaak

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van namaken
    • ... dat ik namaak. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandse taal