glaswerk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • glas·werk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord glaswerk -
verkleinwoord glaswerkje glaswerkjes

Zelfstandig naamwoord

glaswerk o

  1. (scheikunde) van glas vervaardigde vaten en toestellen zoals deze in een laboratorium veel gebruikt worden
    • Veel glaswerk is van pyrex vervaardigd omdat dat beter tegen snelle temperatuursveranderingen bestand is. 
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie