Naar inhoud springen

glaasje

Uit WikiWoordenboek
  • glaas·je

hetglaasjeo

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord glas
     Ze stapt naar een kast, schenkt een glaasje water in en reikt me dat aan.[1]
     's Avonds rijd ik weer met Cor tot een uur of negen, dan ga ik haar naar huis brengen en ik hou al niet veel tijd meer over om thuis nog een glaasje te drinken.[2]
  • Een glaasje op de valreep
een glaasje tot afscheid, wanneer men op het punt staat van afscheid te nemen [3]
  • Te diep in het glaasje kijken
te veel alcohol drinken en daardoor erg dronken zijn
  • glaasje op, laat je rijden
als je alcohol hebt gedronken moet je niet gaan autorijden
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[4]
  1. “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024582280
  2. Teuntje de Haan
    “Een muur van water” (2018), Em. Querido's Uitgeverij op Wikipedia, ISBN 9789021409375
  3. Stoett www.dbnl.org
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be