ruit

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Ruitjes [1,2]
Schotse ruiten [2]
Wapenschild [4]

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ruit
enkelvoud meervoud
naamwoord ruit ruiten
verkleinwoord ruitje ruitjes

Zelfstandig naamwoord

ruit v/m

  1. (techniek), (bouwkunde) een lucht- en waterdichte, maar lichtdoorlatende glasplaat als afsluiting van een venster
    • De ruit van dubbelglas, heeft een betere warmte-isolatie. 
  2. (wiskunde) een vierhoek waarvan de zijden gelijk in lengte zijn
    • Een vierkant is een bijzondere vorm van een ruit. 
  3. (weverij) een kraanoog of kraanoogkeper
  4. (heraldiek) een van de vormen van een wapenschild
  5. (spel) een van de figuren uit een kaartspel
Hyperoniemen
Hyponiemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
ruien

ruit

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ruien
    • Jij ruit. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ruien
    • Hij ruit. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van ruien
    • Ruit! 
vervoeging van
ruiten

ruit

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van ruiten
  2. gebiedende wijs van ruiten

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie