glasbreuk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • glas·breuk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord glasbreuk glasbreuken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

glasbreuk v/m

  1. schade in de vorm van gebroken glas
    • Een 46-jarige Huissenaar heeft dinsdagochtend in alle vroegte een 30-jarige Arnhemmer in de kraag gegrepen nadat hij gezien had dat die de ruit van zijn zaak aan de Vierakkerstraat vernield had. De man is aan de politie overgedragen. De Huissenaar werd rond half 5 gewekt nadat er een glasbreuk was gemeld aan zijn zaak.[1] 
    • Voor glazen potten komt daar nog bij dat er door de ronde hoeken minder kans is op glasbreuk. Het is dus vooral een kwestie van efficiency. Bovenstaande voordelen zorgen ervoor dat het product goedkoper wordt.[2] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Reformatorisch Dagblad 03-02-2009 Huissenaar grijpt Arnhemmer na vernieling ruit
  2. NRC Malin Kox 11 februari 2008 Waarom zijn blikken en potten met groenten rond?