dronken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

dronken man en vrouw
Uitspraak
Woordafbreking
  • dron·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘beschonken’ voor het eerst aangetroffen in 1100 [1]
  • [2]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen dronken dronkener dronkenst
verbogen dronkenste
partitief dronkens dronkeners -

Bijvoeglijk naamwoord

dronken

  1. onder invloed van teveel alcohol
    • Er zijn tegenwoordig steeds meer dronken bestuurders. 
  2. (figuurlijk) tijdelijk niet goed bij zijn verstand zijnd
     Als een slordige s in spiegelbeeld was het kanaal over de stadsplattegrond gekalkt door een dronken ontwerper die sadistisch lachte toen hij zag hoe zijn ingreep de stad zo goed als onbegaanbaar had gemaakt voor de flanerende edelen met hun satijnen schoentjes en die pas de volgende dag, weer nuchter, besefte dat hij geheel tegen zijn bedoeling in een magnifieke waterweg had geschapen die alle delen van de stad op een mooie, trage manier met elkaar verbond.[3]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Kinderen en dronken lui zeggen de waarheid.
ze weten niet wat ze geacht worden voor zich te houden en zeggen alles
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
drinken

dronken

  1. meervoud verleden tijd van drinken
    • Wij dronken. 
    • Jullie dronken. 
    • Zij dronken. 

Zelfstandig naamwoord

dronken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord dronk

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen