glaswol

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • glas·wol
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord glaswol -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

glaswol v/m

  1. isolatiemateriaal gemaakt van glas
    • Het glaswol voldeed niet aan de verwachtingen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie