matglas

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

deur met matglas
Uitspraak
Woordafbreking
  • mat·glas
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord matglas
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

matglas o [1]

  1. glas dat mat wordt gemaakt door behandeling met een slijpmiddel of een zuur, waardoor het licht dat er opvalt wordt verstrooid
    • De sneeuwkettingcrisis was bedwongen. Maar ’s avonds diende zich een nieuw probleem aan. Bevroren voorruit. Niet aan de buitenkant, maar aan de binnenkant. Een laagje condensvocht dat in bevroren toestand een dun laagje ijs gevormd had en de ruit in matglas had veranderd. Krabben of poetsen hielp niet. Maar weer een vriendelijke Zwitser om raad gevraagd, een chauffeur van een van de shuttle-busjes dit keer. De oplossing was simpel: instappen, motor laten draaien, en de voorruitblower op maximaal zetten. ‘Duurt een minuut of tien, dan kunt u weer door de ruit kijken’.[2] 
    • Het Gispen Museum bestaat sinds 2004 en is ondergebracht in het hoofdkantoor van Gispen International, dat beroemd werd met de stalen buisstoelen met bakelieten armleuningen en gisolampen van wit matglas. Het museum biedt een historisch overzicht aan van de meest bekende objecten van het meubelbedrijf Gispen, maar toont ook ontwerpen van tijdgenoten. [3] 
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
90 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandse taal
  2. De Standaard 20/01/2017 door Ruben Mooijman
  3. Tubantia Yvonne Keunen 12-01-2017