veer
Uiterlijk
- veer
- [A] erfwoord samentrekking van veder, via Middelnederlands vedere van Oudnederlands fethera, in de betekenis van ‘huidbekleedsel van vogel’ voor het eerst aangetroffen in 901 [1] [2] [3]
- [B] erfwoord via Middelnederlands vere van Oudnederlands fera, als toponiem aangetroffen vanaf 1174 [4] [5] [6]
| A | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | veer | veren |
| verkleinwoord | veertje | veertjes |
- (zoötomie) lichaamsbedekking van een vogel
- Vogels in de rui verliezen hun veren.
- ▸ Liza nam de hoed en de veer en probeerde die onhandig weer te bevestigen.[7]
- ▸ Ik had er geen andere verklaring voor dan het sullige idee dat daar, die dag in de sneeuw, in me opkwam: dat het verliezen van de stuiver op dezelfde manier een symbool van voorspoed was als de zwarte veer krijgen een symbool was voor de leegte.[8]
- (werktuigbouwkunde) mechanische tong of spiraal waarop door buiging spanning gezet kan worden
- Het veertje was gebroken en dit bracht het uurwerk tot stilstand.
- ▸ Ik knielde ervoor neer, stak de sleutel in het slot en voelde onder het draaien hoe ergens diep in het binnenwerk een veer versprong.[7]
- Een witte veer.
- 2. Een veer in de vorm van een spiraal.
- [1]: pluim
1. lichaamsbedekking van een vogel
2. mechanische tong of spiraal waarop door buiging spanning gezet kan worden
1. lichaamsbedekking van een vogel
2. mechanische tong of spiraal waarop door buiging spanning gezet kan worden
1. lichaamsbedekking van een vogel
2. mechanische tong of spiraal waarop door buiging spanning gezet kan worden
| vervoeging van |
|---|
| veren |
[A] veer
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van veren
- Ik veer.
- gebiedende wijs van veren
- Veer!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van veren
- Veer je?
- ▸ Ik veer op en glimlach terug.[9]
| B | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | veer | veren |
| verkleinwoord | - | - |
[B] het veer o
- (scheepvaart) boot of schip toegewijd aan het onderhouden van een regelmatige verbinding over een rivier of een ander water
- (bedrijf) dienstverlening die mensen en hun vervoermiddelen naar de overkant van een rivier of ander water brengt
- (aardrijkskunde) plaats waar men over een rivier of andere watervlakte kan worden overgezet
- Toen de brug vernield was, moest men zich met een veer behelpen
- Hij toog over het veer van de Jabbok (Gen. 32 : 22)
- [1]: pont
1. boot of schip toegewijd aan het onderhouden van een regelmatige verbinding over een rivier of een ander water
1. boot of schip toegewijd aan het onderhouden van een regelmatige verbinding over een rivier of een ander water
- Het woord veer staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "veer" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[11] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ veer op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "veer" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Oudnederlands Woordenboek
- ↑ veer op website: Etymologiebank.nl
- 1 2 “Fluwelen begeerte” (2002), Nijgh & Van Ditmar
, ISBN 9789038891934 - ↑ Cheryl Strayed“Wild : over jezelf verliezen, terugvinden & 1700 kilometer hiken” (2012), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789021803555 - ↑ “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024582280 - 1 2 Teuntje de Haan“Een muur van water” (2018), Em. Querido's Uitgeverij
, ISBN 9789021409375 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
veer
- vier; het getal tussen de drie en de vijf, in Arabische cijfers 4, in Romeinse cijfers IV
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | veer | vere |
- veer
- Afgeleid van het Nederlandse veer
- (zoötomie) veer; lichaamsbedekking van een vogel
- veer; mechaniche tong of spiraal waarop door buiging spanning gezet kan worden
- (scheepvaart) veer; boot of schip toegewijd aan het onderhouden van een regelmatige verbinding over een rivier of een ander water
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| veer | veers |
veer
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to veer |
| he/she/it | veers |
| verleden tijd | veered |
| voltooid deelwoord |
veered |
| onvoltooid deelwoord |
veering |
| gebiedende wijs | veer |
veer
- onovergankelijk van koers/richting veranderen
- onovergankelijk, (scheepvaart) halzen [3]
- overgankelijk van koers/richting doen veranderen
| Telwoord (lim) | ||||
|---|---|---|---|---|
| 0 | ||||
| 1 | 11 | 10 | 100 | 103 |
| 2 | 12 | 20 | 200 | 106 |
| 3 | 13 | 30 | 300 | 109 |
| 4 | 14 | 40 | 400 | 1012 |
| 5 | 15 | 50 | 500 | 1015 |
| 6 | 16 | 60 | 600 | 1018 |
| 7 | 17 | 70 | 700 | 1021 |
| 8 | 18 | 80 | 800 | 1024 |
| 9 | 19 | 90 | 900 | 1027 |
- IPA: /veːɐ/ (Etsbergs)
veer
| hoofdtelwoord | mannelijk | vrouwelijk | onzijdig | onafhankelijk |
|---|---|---|---|---|
| veer | veer | veertj | veer | |
| rangtelwoord | mannelijk | vrouwelijk | onzijdig | meervoud |
| veerdje | veerdj | veerdj | veerds |
veer v
| enkelvoud | meervoud | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| geheel | gemuteerd | verkleind | gemuteerd verkleind | geheel | gemuteerd | verkleind | gemuteerd verkleind | |
| nominatief | veer | - | veerke | - | veer | - | veerkes | - |
| genitief | veers | - | veerkes | - | veer | - | veerkes | - |
| locatief | veres | - | vereske | - | verese | - | vereskes | - |
| datief | vere | - | veerke | - | veer | - | veerkes | - |
| accusatief | veer | - | veerke | - | veer | - | veerkes | - |
veer
veer
- vier; het getal tussen de drie en de vijf, in Arabische cijfers 4, in Romeinse cijfers IV
veer
- vier; het getal tussen de drie en de vijf, in Arabische cijfers 4, in Romeinse cijfers IV
veer
- (Münsterlands), (Zuidwestfaals) vier; het getal tussen de drie en de vijf, in Arabische cijfers 4, in Romeinse cijfers IV
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 4
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Erfwoord in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Zoötomie in het Nederlands
- Werktuigbouwkunde in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Scheepvaart in het Nederlands
- Bedrijf in het Nederlands
- Aardrijkskunde in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %
- Woorden in het Achterhoeks
- Hoofdtelwoord in het Achterhoeks
- Woorden in het Afrikaans
- Zelfstandig naamwoord in het Afrikaans
- Woorden in het Afrikaans met audioweergave
- Zoötomie in het Afrikaans
- Scheepvaart in het Afrikaans
- Woorden in het Engels
- Woorden in het Engels van lengte 4
- Zelfstandig naamwoord in het Engels
- Werkwoord in het Engels
- Onovergankelijk werkwoord in het Engels
- Scheepvaart in het Engels
- Overgankelijk werkwoord in het Engels
- Woorden in het Limburgs
- Hoofdtelwoord in het Limburgs
- Woorden in het Limburgs met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Limburgs
- Persoonlijk voornaamwoord in het Limburgs
- Woorden in het Nedersaksisch
- Hoofdtelwoord in het Nedersaksisch
- Woorden in het Oost-Fries
- Hoofdtelwoord in het Oost-Fries
- Woorden in het Westfaals
- Hoofdtelwoord in het Westfaals
- Münsterlands
- Zuidwestfaals